31 maart 2021

Brunello di Montalcino 2016, Canalicchio di Sopra

Is Nebbiolo of Sangiovese de absolute topdruif van Italië ? Daar kun je lang over discussiëren en uiteindelijk moeten we niet kiezen want kiezen is verliezen. Allebei ! Als we enkel afgaan op het aantal grootse, monumentale wijnen dan zal Nebbiolo waarschijnlijk winnen. Kijken we naar gemiddelde kwaliteit en het aantal ZEER GOEDE wijnen dan komt Sangiovese vermoedelijk het best uit de vergelijking. In elk geval is het eenvoudiger een gewoon lekkere Sangiovese te vinden dan een smakelijke Nebbiolo.

De twee bekende namen waar je niet omheen kan zijn Barolo (Nebbiolo/Piemonte) en Brunello (Sangiovese/Toscana). Twee krachtige, geconcentreerde bewaarwijnen. Twee grote namen maar beiden een mijnenveld : je moet je weg kennen of je betaalt veel te veel voor een minderwaardige wijn met een dure naam. Als het jong niet goed proeft zal men je dan wijsmaken dat alles wel in orde komt met de tijd. Sommige wijnen worden inderdaad beter maar fundamentele constructiefouten in een wijn worden meestal alleen duidelijker met de jaren. Als het jeugdige fruit verdwijnt blijkt de keizer geen kleren te hebben. Ook de overdreven maquillage met nieuwe eik in moderne stijlen van Barolo en Brunello is geen oplossing : het maakt de slechte wijnen vulgair en het berooft de goede wijnen van hun natuurlijke schoonheid.

De beste Barolo en Brunello di Montalcino worden traditioneel opgevoed : een zeer lange (drie jaar of meer) rijping op grote houten vaten (botti).   Die vaten waren vroeger meestal van Slavonische eik (géén Sloveense eik : Slavonië is een bosrijke regio in Kroatië) maar tegenwoordig kunnen de foeders ook van uitstekende kuipers in Frankrijk of Oostenrijk (Stockinger bvb) komen. De bedoeling is helemaal niet om houtsmaak bij te brengen maar om de overvloedige tannines (nodig voor bewaarpotentieel) te polijsten en een mooi patina te geven. Dat is de ‘savoir faire’ van de ‘élevage’ : de onstuimige, jeugdige kracht wordt getemd, ingetoomd, geciviliseerd. De diamant wordt geslepen om beter te schitteren. Hoe meer tannines, hoe langer de wijn nodig heeft op botti om de structuur te stabiliseren.   Denken we maar aan de Monfortino van Giacomo Conterno uit Serralunga (Barolo dorp met de allerkrachtigste wijnen) die niet minder dan 7 jaar op botti veroudert!

In tegenstelling tot Barolo heeft Brunello di Montalcino nog niet veel werk gemaakt van het onderscheiden van subzones of specifieke crus. De journaliste Kerin O’Keefe heeft in haar boek over Brunello dan maar zelf werk gemaakt van een opdeling in een aantal subzones. Daarbinnen zou je dan nog een aantal individuele crus kunnen onderscheiden maar zover zijn we nog lang niet. Zowat de enige onofficiële Grand Cru waar de meeste experten het over eens zijn is Montosoli ten noorden van Montalcino.   Een aantal domeinen maken een pure Montosoli (Altesino, Caparzo, Baricci, Le Gode) en in de toekomst (vanaf jaargang 2018) zal ook Canalicchio di Sopra dit gezelschap vervoegen.

Francesco Ripaccioli van Canalicchio di Sopra is een zeer talentvolle wijnmaker die elk jaar beter en preciezer werkt. Het accent ligt meer en meer op elegantie zonder de intrinsieke kracht en densiteit te willen verliezen die in het DNA van een goede Brunello di Montalcino zit. Hij beschikt over twee cru’s : Canalicchio in het noorden van Montalcino met de typerende zuren van die hoger gelegen zone en dan de befaamde Montosoli cru met grote finesse. De klei in de Canalicchio cru geeft iets meer volume en kracht, de ‘galestro’ bodem van Montosoli zorgt voor mineraliteit. De klassieke Brunello combineert 50% Canalicchio met 50% Montosoli voor een perfecte mix van kracht en elegantie. Sinds 2015 is er een ‘single vineyard’ Brunello La Casaccia afkomstig uit de Canaliccio cru en vanaf 2018 zal er ook een ‘single vineyard’ Montosoli op de markt komen.   De Rosso di Montalcino wordt met de jonge wijnstokken van de Canalicchio cru gemaakt (en natuurlijk een kortere veroudering van slechts 12 maand op grote vaten).

In het topjaar 2016 bereikt Francesco het ultieme evenwicht dat hij altijd al voor ogen had. De assemblage is 40% Canalicchio en 60% Montosoli . Drie jaar op botti van Slavonische eik. Zal moeiteloos verouderen maar alles zit zo goed dat je zelfs nu al kan genieten van de grote klasse van deze schitterende Sangiovese. Niets te veel, niets te weinig : perfect juist.

Wijn in de kijker:

Schrijf u in op onze nieuwsbrief